
nectar en stuifmeel verzamelen
Kletsen met bijen …?!?
Kan dat?
Jazeker! Ook al zullen zij mij niet woordelijk begrijpen, de goedbedoelde energie die ik met mijn praatjes hoop uit te stralen, komt aan. Dat bewees wetenschappelijk onderzoek, en dat bewijst mijn hart.
De drie volken die in deze tuin wonen zijn nu danig uitgedund: bijen die bijna een jaar lang de kast schoon hielden, nectar en stuifmeel verzamelden en de talloze larfjes voedden, zijn inmiddels overleden. Een mooi en nuttig gebruik onder honingbijen is dit: voelen de oudjes hun einde naderen, dan blijven ze buiten de kast om te sterven; zo vervuilen ze hun huis niet. In het grote kringloopplan van Moeder Aarde worden ze vervolgens eiwitrijke hapjes voor vogels. Nu is zo’n jong volk – van bijtjes die afgelopen lente en zomer werden geboren – net groot genoeg om de winter te doorstaan en zal de honingvoorraad vermoedelijk toereikend zijn.
Dat jeugdige gezelschap zit als een tros bijeen geklit, om de koningin warm te houden, en zichzelf ook. Wel duwen ze elkaar regelmatig als marathonschaatsers naar de koppositie. In het geval van bijen: naar de buitenkant van de tros. ’Toe zeg, nu mag jij aan de koudste kant zitten, dan kruip ik naar het warmere midden. Eerlijk is eerlijk.’
Al roulerend, en langzaam als tros bewegend naar de raten met opgeslagen voedsel, overleven bijenvolken vier tot soms wel zes maanden. Hopelijk. En dat is precies de reden waarom ik nooit honing van ze wegneem. Bij natuurlijk bijen houden is honing – natuurlijk! – voor de bijen. Ze werkten er immers keihard voor en elke druppel kan nodig zijn, dus van mij, als biologisch imker, mogen ze alles houden. Om weerbaar en gezond te blijven en vervolgens nieuwe, sterke volken te creëren.
